zondag 29 maart 2009

Knowing


In Nederlandse bioscopen verbaas ik mij altijd verschrikkelijk over de herrie en rotzooi die mensen maken tijdens het kijken naar een film. In de Verenigde Staten is dat niet anders. Luidruchtig commentaar leverende, popcorn gooiende en snurkende mensen heb ik gister moeten ondergaan tijdens de film 'Knowing'. De film is geregisseerd door Alex Proyas en in de hoofdrol speelt Nicolas Cage. Hij is professor astronomie op MIT, alleenstaand vader en stelt in zijn ochtendcollege: 'er is geen grotere betekenis'. Nicolas Cage, die inmiddels zo ervaren is dat hij het acteren wel op de automatische piloot kan, heeft een vodje papier in handen gekregen waarop niet alleen de data van alle grote rampen in de afgelopen 50 jaar voorspeld staan, maar ook de datum van de ondergang van de aarde. Dat leidt tot de volgende legendarische uitspraak: 'hoe wordt er van mij verwacht dat ik de wereld ga redden van de ondergang?'. Aan het eind van de film valt meneer Cage op mythische 'The Rock' manier op zijn knieen en met deze observatie hoop ik gerechtvaardigd te hebben dat ik jullie nu verklap dat de wereld aan het eind van de film inderdaad ten onder gaat.
Afgelopen weekend was Hylke, de uitvinder van de large-area molecular junctions, bij mij op bezoek. Op weg naar zijn tweejarige postdoc op Stanford maakte hij even een tussenlanding op JFK om mij door New York rond te leiden. Als een volleerd gids en met een weldoordacht plan nam hij me mee naar het Financial Center, het Empire State Building, het Flatiron Building, de Apple en NBA Store, de Trump Tower, Times Square bij nacht, McDonalds en bijna naar de broodjeszaak Subway. Dr. Akkerman had helemaal gelijk dat ik mij te veel af liet leiden door Carnegie Hall, de New York Philharmonic, ballet en natuurlijk mijn laboratorium. Als kroon op de veramerikanisering van mijn verblijf in New York gingen we zaterdagavond naar de enorme Loews bioscoop op Times Square om 'Knowing' te zien.
The Knowing past in het rijtje 'I am legend', 'Deep impact', 'Independence day', 'Ghostbusters II', 'The day after tomorrow' en 'Armageddon'. Aan het eind van al deze films is Manhattan van de aardbodem geveegd. Helaas heb ik al deze films ver weg in het veilige Nederland gezien. Wanneer je eerst het financial district in vlammen en explosies op ziet gaan, daarna het Empire State Building in ziet storten en dan de bioscoop, waar je op dat moment in een heerlijk grote stoel zit, in vlammen op ziet gaan, is de uitwerking van de verwoesting vele malen krachtiger. De beste suspense kan een bioscoop publiek niet stil krijgen, maar toen mijn medebioscoopgangers hun geliefde Loews de lucht in zagen gaan, was er zelfs geen popcornkraak meer te horen. Ik zelf liep met een licht euforisch gevoel de bioscoop uit. De ellende van een Griekse tragedie zorgt voor katharsis (zuivering), maar wanneer je je op de juiste plek bevindt, heeft een exploderend Manhattan precies dezelfde uitwerking.

zaterdag 21 maart 2009

Springbreak


De meeste studenten gaan voor springbreak naar Cancun, New Orleans of Florida. Als wij Europeanen het woord springbreak horen, denken we meteen aan een samenkomst waar je als ouders je dochter liever niet heen stuurt. Maar springbreak betekent natuurlijk gewoon voorjaarsvakantie. Omdat de lente op het punt staat door te breken en ik inmiddels al twee maanden in New York aan het werk ben, doe ik ook mee met springbreak.
Mijn bestemming was Pittsburgh waar toevallig ook een conferentie van de Amerikaanse natuurkunde vereniging werd gehouden. Het evenement heette de APS march meeting en was vooral gericht op de vaste stof fysica afdeling van de vereniging. Dat betekende dat Pittsburgh overspoeld werd met 7000 fysici, er een conferentieprogramma zo dik als een telefoongids werd uitgereikt en alle restaurants en hotels in de stad een goede week hadden. Vijf dagen lang werd er van 's morgens acht tot 's middags vijf gepraat over het quantum hall effect in grafeen, spin manipulatie in enkele moleculen, supergeleidende flux qubits en topolologische isolatoren.
’s Avonds was het tijd om te dineren op kosten van de universiteit. Toen we de mevrouwen van de VVV naar een leuk restaurant vroegen (Pittsburgh heeft de op twee na grootste hoeveelheid bruggen, het op twee na mooiste uitzicht in de VS en de op twee na laagste criminele activiteit), verwezen ze ons naar het Stationsplein dat eigenlijk vooral op een kleine versie van Las Vegas leek. Gelukkig was de ketchup die er geserveerd werd wel van Heinz, want dit prachtige merk heeft haar hoofdkantoor in Pittsburgh. Niet alleen de tomaten deden het goed in de stad in het meest westelijke puntje van Pennsylvania, ook staal werd er in grote hoeveelheden omgezet. Twintig jaar geleden kon je niet door de straten van downtown Pittsburgh lopen zonder te stikken in de rook van de fabrieken. Inmiddels zijn de fabrieken er niet meer, maar het staalverleden gaat niet onopgemerkt aan je voorbij. Het football team dat de laatste editie van de superbowl heeft gewonnen, heet nog steeds de Steelers. Alle bruggen zijn gemaakt van zeer zwaar gietijzer. Het station van Pittsburgh is groots opgezet voor goederentransport en over de rivier varen zesvoudige duwbakstellen. Buiten het saaie downtown Pittsburgh waren de barren gevuld met twee uur per dag bodybuildende jongens en meisjes met lange, blonde, gestijlde haren, zonnebankgebruinde huid en gebleekte tanden (en misschien wel siliconen borsten). Dit alles, samen met de enorme hoeveelheed V8-SUV's en enorme porties die de restaurants serveerden, gaven me mijn lang gezochte Amerikaanse gevoel.
In de voetsporen van de Pittsburghse jongen Andy Warhol, stapte ik na vijf dagen grafeen in het vliegtuig om terug te keren naar de grote appel, overtuigd dat New York New York is en dat je Amerika ergens anders moet zoeken.

zondag 8 maart 2009

Liquor license


Een loft is een ruimte die opgetild is. Typisch wordt het woord gebruikt voor de ruimte onder het dak van een kantoorgebouw of de ruimte boven de werkvloer in een fabriek. Tegenwoordig is een loft ook een woonvorm, naast studio en appartement. Als je in een loft woont, betekent dat voornamelijk dat je geen muren tussen de keuken, slaapkamer en woonkamer hebt. Waarschijnlijk erg onpraktisch om zo te wonen, maar je voelt je wel voortdurend de nieuwe Andy Warhol. En als je alle meubels aan de kant schuift, heb je de perfecte dansvloer.
Afgelopen zaterdag was ik met Inbal, een Israelische ex-kapitein in het leger en tegenwoordig werkzaam als advocaat, en Lupo, een Italiaanse PhD student psycho-biologie naar een Loft Party. Via haar Joodse vrienden was Inbal op de hoogte van het Purim feestje dat op 75 Walker Street werd gehouden. De ingang van de loft was een oude goederenlift in een slecht verlicht steegje. De gietijzeren trappen tegen de gevels in het steegje wierpen in het natriumlicht sfeervolle schaduwen op de wachtende bezoekers. In groepen werden de feestgangers in de krakende en piepende, handbediende lift naar de tweede verdieping getransporteerd. Maar niet zonder eerst door de onervaren liftboy op de twee-en-een-halfde verdieping te arriveren.
De loft had een prachtige eikenhouten vloer en was voor het feestje sfeervol aangekleed met langzaam van kleur veranderende lampen en reusachtige spiegels. De DJ's hadden zich met hun apparatuur op een tafel aan de ene kant van de langwerpige ruimte geinstalleerd. Aan de andere kant van de stond een tafel waarachter twee extreem artistieke krullenbollen exorbitant dure cocktails probeerden te mixen.
Het publiek was precies zoals je verwacht op New Yorkse feestjes. Prachtige avondjurkjes en shirts, hippe brillen en gekke hoedjes. En natuurlijk een paar bakkebaarden, want het feest was tenslotte in het kader van Purim.
Nog voordat ik met mijn ogen kon knipperen, stond er een jongen voor me die Roy heette, en me vroeg waar ik vandaan kwam. Hij vond het erg jammer dat hij geen Hollandse grappen kende, maar gelukkig was hij op de hoogte van vunzige anglicismes in het Duits. Nog voor hij de tiende grap kon vertellen, gingen opeens de lichten aan en werden we verzocht het pand te verlaten. De agenten die het pand binnen waren gekomen, verklaarden dat er geen liquor license (dat allitereert zo lekker) verleend was. In de rij voor de jassen probeerde Roy met zijn grappen nog een paar Duitse meisjes te versieren, maar die waren druk in de weer met hun I-phone om het volgende feestje van de avond te vinden.

donderdag 5 maart 2009

Sylvia Ann Hewlett


Deze week heb ik me weer eens in het hol van de feministische leeuw gewaagd. In het kader van de 'Women international leadership' week in mijn idealistische woongemeenschap I-house, was Sylvia Ann Hewlett uitgenodigd een avondje te komen spreken. Mevrouw Hewlett is de president van het Center for Work-Life Policy gevestigd in New York. Ze strijdt voor een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen in topfuncties. De Amerikaanse Heleen Mees dus. Toen ik de zaal binnen kwam, zat ze al klaar op een stoel. Eerst merkte ik haar niet op, want ze zat zo stil dat ze wel een etalagepop leek. Haar onbeweeglijkheid was niet alleen te danken aan haar buitengewone concentratie en misschien wel zenuwen, maar ook aan de diverse plastisch chirurgische ingrepen. Ze was trouwe klant van de firma Botox, ze had haar gezichtshuid een beetje strakker laten trekken en haar lippen met siliconen gevuld. Tijdens haar introductie door een humoristische Welshman wrong mevrouw Hewlett haar gezicht in vreemde, Marijke Helwegen-achtige grimassen bij elke flauwe grap die de goede man maakte. Als een van de weinige mannen in de zaal moest ik mij representatief gedragen, dus had ik de grootste moeite mijn slappe lach in te houden.
Wat ik wel meteen opmerkte toen ik de zaal binnenkwam, was het hoge percentage vrouwen. Na mijn feministische ontgroening ongeveer een jaar geleden bij de Aletta-Jacobs lezing in het Groningse academiegebouw die door Heleen Mees werd gegeven, was ik gelukkig voorbereid. En gelukkig het viel hier reuze mee. In Groningen waren er 300 vrouwen en 3 mannen, hier 30 vrouwen en 5 mannen. Toch was ik nog niet helemaal gerustgesteld, want de Groningse lezing leek een bijeenkomst van de Feministische Partij Nederland. Dat betekende applaudisseren voor mooie uitspraken van mevrouw Mees en na afloop geen kritische vragen, maar vooral steunbetuigingen.
Sylvia Hewlett bleek echter een zeer objectieve en ijskoude voorvechter van de zaak. Ze begon haar praatje met persoonlijke ervaringen. Onder andere een ontslag op Columbia omdat ze na haar zwangerschap zes maanden onbetaaldverlof had opgenomen. Daarna sloeg ze ons om de oren met het ene onderzoek na het andere dat de tegenstrijdigheid van de onevenwichtige situatie ondersteunde. Op dit moment is 66% van alle afgestudeerden vrouw, terwijl boven de 35 jaar slechts 30% van de management functies door vrouwen wordt bezet. Heel verstandig van mevrouw Hewlett was het om niet te gaan speculeren over mogelijke oplossingen, maar slechts een paar praktijkvoorbeelden van succesverhalen te noemen. Zelfs mijn huisgenoten die de lezing bijwoonden hebben me niet teleurgesteld tijdens de vragensessie. Slechts één meisje werd emotioneel omdat ze ooit vanwege haar geslacht niet toegelaten was bij een orkest. Mevrouw Hewlett overhandigde haar kaartje en zei dat ze maar een mail moest sturen. Dat had ik niet verwacht.
Na de botox ervaring in de eerste minuten van de lezing had ik me voorgenomen om na afloop met het commentaar 'ze had erg mooie laarzen' de zaak af te doen, maar nu mevrouw Hewlett een serieuze Heleen Mees blijkt te zijn, zal ik die woorden inslikken.