woensdag 1 juli 2009



Na alle ophef over Yolanthe en Jan Smit vind ik dat er ook wel eens op de haarlijn van onze Hollandse schone gewezen mag worden. Na deze attendering zal het deels gecamoufleerde voorhoofd van de ex-Volendamse je nooit meer ontgaan.

woensdag 20 mei 2009

Jort en Georgina


Twee weken geleden was ik op zondagmiddag toe aan het bezoeken van de vijfde verdieping van het MoMA. Na vier verdiepingen met ikea-meubilair en foto's van gekke Japanners die zich 365 dagen in een hokje opsluiten, kon ik eindelijk serieus naar een aantal mooie Picasso's gaan kijken.
Nadat ik een aantal prachtige Cezannes en Gauguins bewonderd had, werd mijn aandacht getrokken door twee mensen. De een was behoorlijk lang, had halflange blonde haren, droeg een jasje en liep een beetje krom met grote stappen de zaal binnen. De ander, erg klein, dartelde er als een hamstertje achteraan, vooral geinteresseerd in haar Iphone. Hoewel ik Albert Verlinde niet ben, herkende ik toch meteen Jort Kelder en Georgina Verbaan in dit kopppel.
Nu ik weer terug in Nederland ben, blijkt dat ik na deze observatie wel meteen met Albert had moeten bellen, want blijkbaar zijn de twee officieel uit elkaar. Maar misschien is het nog niet te laat voor een pikant item in RTL boulevard.

maandag 27 april 2009

Kloostertuinen


Opeens arriveerde de zomer in New York. Central Park was afgeladen, de weinige terrassen in de stad zaten vol, rooftop bars bedachten zich een tweede keer bij het zeggen dat ze pas op 1 mei open zouden gaan en patio's met kersenbloesem ontpopten zich tot de meest verleidelijke plekjes van de stad. Helaas begrijp ik nu ook waarom de drogisterijketen Duane Reade twintig verschillende soorten vloeistof voor zachte contactlenzen verkoopt en maar een soort voor harde. Al dat stof waait om de haverklap in mijn ogen waarna ik weer een beschut plekje moet zoeken om mijn harde lenzen, die zoals bekend extra gevoelig zijn voor stof, schoon te maken.
De grootstedelijke viezigheid die de plotselinge zomerhitte met zich meebracht, was me al snel te veel. Dus was ik afgelopen weekend even in Italie om wat kloosters die al heel lang op mijn lijstje stonden, te bezoeken. Zoals de foto bewijst, was het daar ook prachtig weer! 33 graden celsius en geen wolkje aan de lucht. Ik heb genoten van de zonovergoten kloostertuinen die omringd zijn door de heerlijk verkoelende galerijen.
Vandaag weer terug in New York om in de air-conditioned laboratoria de laatste samples in elkaar te klussen.

woensdag 8 april 2009

Bach


Vlak naast de Columbia campus ligt het Union Theological Seminary. Op weg van I-house naar Columbia loop ik er altijd langs. Als ik wat later thuis kom, zie ik door het gebrandschilderde glas dat de lichten in de kapel aan zijn en hoor ik een tenor met een prachtige volle stem liederen zingen of een blaasorkest hun volle tutti fortissimo's produceren. Hoewel de vloer een meter of twee beneden straatniveau ligt, kan ik door de hoge ramen niet naar binnen kijken. Ook heb ik nog nooit aankondigingen gezien van concerten die in de kapel gegeven werden.
Aan de mysterieuze sfeer die om dit concertzaaltje heen hing, kwam opeens vorige week zaterdag een einde toen ik met de Columbia Bach Society een concert gaf in het seminarium. De Columbia Bach Society is een muziekvereniging van Columbia University die zowel een kamerorkest als een koor herbergt. Toen ik in New York met mijn klarinet aankwam, heb ik wat onderzoek gedaan en ben op dit orkestje gestuit. Na een auditie bij de Argentijnse dirigent met wilde haarbos en oorringetje was ik aangenomen en heb ik elke zondag met smart zitten wachten op de mail die de samenstelling van het orkest voor de repetitie van die avond aankodigde. Jammer genoeg hadden de strijkers erg veel repetities nodig en was er slechts een stuk voor klarinet in het programma opgenomen. Twee weken geleden hoorde ik opeens dat er zaterdag een concert zou zijn, waar ik ook moest spelen. Snel heb ik dus mijn klarinet onder het stof vandaan gehaald en de metro gepakt om wat zwarte kledingstukken te shoppen. Na een korte generale op vrijdagavond was ik zaterdag helemaal klaar om de Pavane van Faure uit te voeren.
Via de lobby van het seminarium kwam ik de bewuste avond op de serene binnenplaats, waar de tulpenbomen prachtig stonden te bloeien. De St. Paul's chapel (foto) is net als alle kerken in New York in perfectionistische neo stijl gebouwd. Heel slim zijn er lelijke, paarse doeken in de kapel opgehangen, zodat de akoestiek heel geschikt werd voor het kleine kamerorkest en koor. Vooral het Mozart hoornconcert dat de Bach Society uitvoerde was erg aangenaam.
Toen ik met mijn Buffet Crampon koffertje half januari het vliegtuig instapte, had ik niet gedacht dat ik ooit nog mijn podiumdebuut in New York zou maken.

zondag 29 maart 2009

Knowing


In Nederlandse bioscopen verbaas ik mij altijd verschrikkelijk over de herrie en rotzooi die mensen maken tijdens het kijken naar een film. In de Verenigde Staten is dat niet anders. Luidruchtig commentaar leverende, popcorn gooiende en snurkende mensen heb ik gister moeten ondergaan tijdens de film 'Knowing'. De film is geregisseerd door Alex Proyas en in de hoofdrol speelt Nicolas Cage. Hij is professor astronomie op MIT, alleenstaand vader en stelt in zijn ochtendcollege: 'er is geen grotere betekenis'. Nicolas Cage, die inmiddels zo ervaren is dat hij het acteren wel op de automatische piloot kan, heeft een vodje papier in handen gekregen waarop niet alleen de data van alle grote rampen in de afgelopen 50 jaar voorspeld staan, maar ook de datum van de ondergang van de aarde. Dat leidt tot de volgende legendarische uitspraak: 'hoe wordt er van mij verwacht dat ik de wereld ga redden van de ondergang?'. Aan het eind van de film valt meneer Cage op mythische 'The Rock' manier op zijn knieen en met deze observatie hoop ik gerechtvaardigd te hebben dat ik jullie nu verklap dat de wereld aan het eind van de film inderdaad ten onder gaat.
Afgelopen weekend was Hylke, de uitvinder van de large-area molecular junctions, bij mij op bezoek. Op weg naar zijn tweejarige postdoc op Stanford maakte hij even een tussenlanding op JFK om mij door New York rond te leiden. Als een volleerd gids en met een weldoordacht plan nam hij me mee naar het Financial Center, het Empire State Building, het Flatiron Building, de Apple en NBA Store, de Trump Tower, Times Square bij nacht, McDonalds en bijna naar de broodjeszaak Subway. Dr. Akkerman had helemaal gelijk dat ik mij te veel af liet leiden door Carnegie Hall, de New York Philharmonic, ballet en natuurlijk mijn laboratorium. Als kroon op de veramerikanisering van mijn verblijf in New York gingen we zaterdagavond naar de enorme Loews bioscoop op Times Square om 'Knowing' te zien.
The Knowing past in het rijtje 'I am legend', 'Deep impact', 'Independence day', 'Ghostbusters II', 'The day after tomorrow' en 'Armageddon'. Aan het eind van al deze films is Manhattan van de aardbodem geveegd. Helaas heb ik al deze films ver weg in het veilige Nederland gezien. Wanneer je eerst het financial district in vlammen en explosies op ziet gaan, daarna het Empire State Building in ziet storten en dan de bioscoop, waar je op dat moment in een heerlijk grote stoel zit, in vlammen op ziet gaan, is de uitwerking van de verwoesting vele malen krachtiger. De beste suspense kan een bioscoop publiek niet stil krijgen, maar toen mijn medebioscoopgangers hun geliefde Loews de lucht in zagen gaan, was er zelfs geen popcornkraak meer te horen. Ik zelf liep met een licht euforisch gevoel de bioscoop uit. De ellende van een Griekse tragedie zorgt voor katharsis (zuivering), maar wanneer je je op de juiste plek bevindt, heeft een exploderend Manhattan precies dezelfde uitwerking.

zaterdag 21 maart 2009

Springbreak


De meeste studenten gaan voor springbreak naar Cancun, New Orleans of Florida. Als wij Europeanen het woord springbreak horen, denken we meteen aan een samenkomst waar je als ouders je dochter liever niet heen stuurt. Maar springbreak betekent natuurlijk gewoon voorjaarsvakantie. Omdat de lente op het punt staat door te breken en ik inmiddels al twee maanden in New York aan het werk ben, doe ik ook mee met springbreak.
Mijn bestemming was Pittsburgh waar toevallig ook een conferentie van de Amerikaanse natuurkunde vereniging werd gehouden. Het evenement heette de APS march meeting en was vooral gericht op de vaste stof fysica afdeling van de vereniging. Dat betekende dat Pittsburgh overspoeld werd met 7000 fysici, er een conferentieprogramma zo dik als een telefoongids werd uitgereikt en alle restaurants en hotels in de stad een goede week hadden. Vijf dagen lang werd er van 's morgens acht tot 's middags vijf gepraat over het quantum hall effect in grafeen, spin manipulatie in enkele moleculen, supergeleidende flux qubits en topolologische isolatoren.
’s Avonds was het tijd om te dineren op kosten van de universiteit. Toen we de mevrouwen van de VVV naar een leuk restaurant vroegen (Pittsburgh heeft de op twee na grootste hoeveelheid bruggen, het op twee na mooiste uitzicht in de VS en de op twee na laagste criminele activiteit), verwezen ze ons naar het Stationsplein dat eigenlijk vooral op een kleine versie van Las Vegas leek. Gelukkig was de ketchup die er geserveerd werd wel van Heinz, want dit prachtige merk heeft haar hoofdkantoor in Pittsburgh. Niet alleen de tomaten deden het goed in de stad in het meest westelijke puntje van Pennsylvania, ook staal werd er in grote hoeveelheden omgezet. Twintig jaar geleden kon je niet door de straten van downtown Pittsburgh lopen zonder te stikken in de rook van de fabrieken. Inmiddels zijn de fabrieken er niet meer, maar het staalverleden gaat niet onopgemerkt aan je voorbij. Het football team dat de laatste editie van de superbowl heeft gewonnen, heet nog steeds de Steelers. Alle bruggen zijn gemaakt van zeer zwaar gietijzer. Het station van Pittsburgh is groots opgezet voor goederentransport en over de rivier varen zesvoudige duwbakstellen. Buiten het saaie downtown Pittsburgh waren de barren gevuld met twee uur per dag bodybuildende jongens en meisjes met lange, blonde, gestijlde haren, zonnebankgebruinde huid en gebleekte tanden (en misschien wel siliconen borsten). Dit alles, samen met de enorme hoeveelheed V8-SUV's en enorme porties die de restaurants serveerden, gaven me mijn lang gezochte Amerikaanse gevoel.
In de voetsporen van de Pittsburghse jongen Andy Warhol, stapte ik na vijf dagen grafeen in het vliegtuig om terug te keren naar de grote appel, overtuigd dat New York New York is en dat je Amerika ergens anders moet zoeken.

zondag 8 maart 2009

Liquor license


Een loft is een ruimte die opgetild is. Typisch wordt het woord gebruikt voor de ruimte onder het dak van een kantoorgebouw of de ruimte boven de werkvloer in een fabriek. Tegenwoordig is een loft ook een woonvorm, naast studio en appartement. Als je in een loft woont, betekent dat voornamelijk dat je geen muren tussen de keuken, slaapkamer en woonkamer hebt. Waarschijnlijk erg onpraktisch om zo te wonen, maar je voelt je wel voortdurend de nieuwe Andy Warhol. En als je alle meubels aan de kant schuift, heb je de perfecte dansvloer.
Afgelopen zaterdag was ik met Inbal, een Israelische ex-kapitein in het leger en tegenwoordig werkzaam als advocaat, en Lupo, een Italiaanse PhD student psycho-biologie naar een Loft Party. Via haar Joodse vrienden was Inbal op de hoogte van het Purim feestje dat op 75 Walker Street werd gehouden. De ingang van de loft was een oude goederenlift in een slecht verlicht steegje. De gietijzeren trappen tegen de gevels in het steegje wierpen in het natriumlicht sfeervolle schaduwen op de wachtende bezoekers. In groepen werden de feestgangers in de krakende en piepende, handbediende lift naar de tweede verdieping getransporteerd. Maar niet zonder eerst door de onervaren liftboy op de twee-en-een-halfde verdieping te arriveren.
De loft had een prachtige eikenhouten vloer en was voor het feestje sfeervol aangekleed met langzaam van kleur veranderende lampen en reusachtige spiegels. De DJ's hadden zich met hun apparatuur op een tafel aan de ene kant van de langwerpige ruimte geinstalleerd. Aan de andere kant van de stond een tafel waarachter twee extreem artistieke krullenbollen exorbitant dure cocktails probeerden te mixen.
Het publiek was precies zoals je verwacht op New Yorkse feestjes. Prachtige avondjurkjes en shirts, hippe brillen en gekke hoedjes. En natuurlijk een paar bakkebaarden, want het feest was tenslotte in het kader van Purim.
Nog voordat ik met mijn ogen kon knipperen, stond er een jongen voor me die Roy heette, en me vroeg waar ik vandaan kwam. Hij vond het erg jammer dat hij geen Hollandse grappen kende, maar gelukkig was hij op de hoogte van vunzige anglicismes in het Duits. Nog voor hij de tiende grap kon vertellen, gingen opeens de lichten aan en werden we verzocht het pand te verlaten. De agenten die het pand binnen waren gekomen, verklaarden dat er geen liquor license (dat allitereert zo lekker) verleend was. In de rij voor de jassen probeerde Roy met zijn grappen nog een paar Duitse meisjes te versieren, maar die waren druk in de weer met hun I-phone om het volgende feestje van de avond te vinden.

donderdag 5 maart 2009

Sylvia Ann Hewlett


Deze week heb ik me weer eens in het hol van de feministische leeuw gewaagd. In het kader van de 'Women international leadership' week in mijn idealistische woongemeenschap I-house, was Sylvia Ann Hewlett uitgenodigd een avondje te komen spreken. Mevrouw Hewlett is de president van het Center for Work-Life Policy gevestigd in New York. Ze strijdt voor een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen in topfuncties. De Amerikaanse Heleen Mees dus. Toen ik de zaal binnen kwam, zat ze al klaar op een stoel. Eerst merkte ik haar niet op, want ze zat zo stil dat ze wel een etalagepop leek. Haar onbeweeglijkheid was niet alleen te danken aan haar buitengewone concentratie en misschien wel zenuwen, maar ook aan de diverse plastisch chirurgische ingrepen. Ze was trouwe klant van de firma Botox, ze had haar gezichtshuid een beetje strakker laten trekken en haar lippen met siliconen gevuld. Tijdens haar introductie door een humoristische Welshman wrong mevrouw Hewlett haar gezicht in vreemde, Marijke Helwegen-achtige grimassen bij elke flauwe grap die de goede man maakte. Als een van de weinige mannen in de zaal moest ik mij representatief gedragen, dus had ik de grootste moeite mijn slappe lach in te houden.
Wat ik wel meteen opmerkte toen ik de zaal binnenkwam, was het hoge percentage vrouwen. Na mijn feministische ontgroening ongeveer een jaar geleden bij de Aletta-Jacobs lezing in het Groningse academiegebouw die door Heleen Mees werd gegeven, was ik gelukkig voorbereid. En gelukkig het viel hier reuze mee. In Groningen waren er 300 vrouwen en 3 mannen, hier 30 vrouwen en 5 mannen. Toch was ik nog niet helemaal gerustgesteld, want de Groningse lezing leek een bijeenkomst van de Feministische Partij Nederland. Dat betekende applaudisseren voor mooie uitspraken van mevrouw Mees en na afloop geen kritische vragen, maar vooral steunbetuigingen.
Sylvia Hewlett bleek echter een zeer objectieve en ijskoude voorvechter van de zaak. Ze begon haar praatje met persoonlijke ervaringen. Onder andere een ontslag op Columbia omdat ze na haar zwangerschap zes maanden onbetaaldverlof had opgenomen. Daarna sloeg ze ons om de oren met het ene onderzoek na het andere dat de tegenstrijdigheid van de onevenwichtige situatie ondersteunde. Op dit moment is 66% van alle afgestudeerden vrouw, terwijl boven de 35 jaar slechts 30% van de management functies door vrouwen wordt bezet. Heel verstandig van mevrouw Hewlett was het om niet te gaan speculeren over mogelijke oplossingen, maar slechts een paar praktijkvoorbeelden van succesverhalen te noemen. Zelfs mijn huisgenoten die de lezing bijwoonden hebben me niet teleurgesteld tijdens de vragensessie. Slechts één meisje werd emotioneel omdat ze ooit vanwege haar geslacht niet toegelaten was bij een orkest. Mevrouw Hewlett overhandigde haar kaartje en zei dat ze maar een mail moest sturen. Dat had ik niet verwacht.
Na de botox ervaring in de eerste minuten van de lezing had ik me voorgenomen om na afloop met het commentaar 'ze had erg mooie laarzen' de zaak af te doen, maar nu mevrouw Hewlett een serieuze Heleen Mees blijkt te zijn, zal ik die woorden inslikken.

maandag 23 februari 2009

Likken

Het verlengde van 5th avenue langs de oostkant van Central Park heet de Museum Mile. De Museum Mile herbergt niet alleen de Frick collectie, maar ook het Louvre van New York, het Metropolitan Museum of Art. Toch zijn het niet alleen de oude meesters die de scepter zwaaien aan de kant van Central Park waar de zon op gaat. Een paar blokken naar het noorden ligt het befaamde Guggenheim: de witgekalkte, omgekeerde hoepelrok. Toen ik na mijn bezoek gister weer mijn kamer binnenstapte, kon ik de witte wanden veel meer waarderen dan voorheen.
In het Guggenheim heb ik voor het eerst bewust en actief deelgenomen aan de creatie van beeldende kunst. In het kader van de transcedente toestand van de eeuwige tegenwoordige tijd , was er in een zaal een projector opgesteld die niets projecteerde. Want niets is volgens de Oosterse cultuur de basis van ons bestaan. Omdat ik mij ook in een transcedente toestand bevond, heb ik mijzelf tussen de projector en de wand geplaatst waardoor mijn silhouet in het niets opeens de essentie van de menselijke aanwezigheid creëerde. Met deze handeling heb ik de kern van de moderne kunst blootgelegd: de interactie tussen toeschouwer en kunstwerk.
Toch ben ik in de interactie niet zo ver gegaan als sommige anderen. Toen ik aan een suppoost vroeg waarom de Kandinsky zaal niet open was, vertelde hij dat er een koffiebar ingebouwd werd. Zo hoefden mensen, zoals ik net had gedaan , niet helemaal naar beneden te gaan om een kopje koffie te drinken. En dan konden ze dat ook nog eens doen terwijl ze de schilderijen van Kadinsky probeerden te doorgronden. De verbouwing duurde wat langer dan gepland omdat er om elk schilderij een glazen bescherming gebouwd moest worden om de schilderijen tegen de kopjes Illy espresso te beschermen. Volgens de suppoost liepen er namelijk nogal wat vreemde snuiters in het Guggenheim rond. Er waren eens drie Europeanen geweest, zo vertelde hij, die de gastronomische aantrekkingskracht van 'Montagnes a Saint-Remy' van Van Gogh (boven) niet hadden kunnen weerstaan en het schilderij waren gaan likken. Vreemd, vond hij, want aan de overkant van de zaal hing toch die prachtige Manet (onder). Ik heb nog eens goed gekeken en ze heeft inderdaad een erg aantrekkelijke blanke nek.






zaterdag 21 februari 2009

Zaterdag 21 februari


LAYG PROB NF PLA $2.99
CHERRY TOMATOES $3.99
MULTI GRAIN BRD $4.49
4 @ 2/$1.99
ORANGE NAVAL LGE $3.98
POSTGRP NUT TRL $5.79

TOTAL $21.24

De bron van zowel de foto als het overgetikte bonnetje is de Morton Williams Supermarket 225 W 57th Street. Pal tegenover de Russian tearoom die direct naast Carnegie hall ligt. Een hele dollar voor een navelsinaasappel is geen schijntje, maar als je die sinaasappel koopt met uitzicht op bontjassen die na een mooie Mahler in hun limousine stappen, zal hij dat wel waard zijn. Jammer genoeg betaal ik voor de sinaasappelen in de supermarkt tegenover de Columbia campus ook diezelfde dollar. Gelukkig stapelen de New Yorkers hun sinaasappelen wel leuk op.
Dan volgt nu mijn eerste New York toptip: de Frick collectie. Een private collectie schilderijen met onder andere Van Dyck, Rembrandt, Whistler, Degas, Titian en Turner. Het museum is een soort Mauritshuis: niet te groot en van een enorm hoge kwaliteit. Niet onbelangrijk is het te vermelden dat de museumshop veel en steengoede reproducties als ansichtkaart verkoopt.

dinsdag 10 februari 2009

Pascoe

De laatste tijd woon ik in idealistische woonomgevingen. In Delft leef ik tussen veganistische, feministische bioterroristen die de wereld op zijn kop zetten om een fietsenhok in de achtertuin en grapjes over datzelfde fietsenhok helemaal niet kunnen waarderen. In New York woon ik in een prachtig bakstenen flatgebouw dat International House heet. Er zijn geen vredestekens op de gevel geschilderd en er staan ook geen bakfietsen voor de deur. Wat I-house wel heeft is een missie, want wonen in I-house is meer is dan wonen alleen. In I-house ben je lid van een gemeenschap van 700 studenten, trainees en stagaires die zich allemaal toeleggen op het promoten van de communicatie tussen mensen van over de hele wereld en daarmee de culturele kruisbestuiving bevorderen. Sinds de oprichting 80 jaar geleden heeft de I-house ervaring de levens van meer dan 650000 mensen veranderd. Aldus het reclameboekje.
Het mooie van deze missie is dat gelukkig niemand in het huis erover praat, maar ondertussen wel heel hard helpt om de targets te realiseren. Elke avond is er wel wat te doen in huis. De Russian American Cultural Heritage Foundation komt bijvoorbeeld langs om twee steengoede Sopranen en Baritons in een van onze sjieke salons aria's te laten zingen. Er wordt elke maand een 'ice-cream social' georganiseerd, waar je je vol kunt eten met ijs terwijl je natuurlijk cultuur aan het uitwisselen bent. Er is af en toe een 'sunday supper' en men organiseert ook een gemeenschapsweekend. Afgelopen weekend heb ik me aan de laatste twee activiteiten blootgesteld. Eindelijk ben ik dus ook buiten de stad geweest. Beetje teleurstellend dat daar vooral veel bomen zijn, maar dat terzijde. Voorafgaand aan het 'sunday supper' wreef Don Cuneo, de directeur, de missie an I-house er nog eens flink in.en nadat iedereen zijn buikje rond had gegeten met lekkere, bleke aardappels en een redelijk stukje kip was de beurt aan Lynn Pascoe, de onder-Secretaris-Generaal van de VN. Jammer genoeg had de man niet geslapen en was hij vooral druk met het verdedigen van het bestaan van de VN. De foto's die zijn komst opleverden zijn daarentegen niet te versmaden. Bovenstaand, vers van de pers, in I-house gefotografeerd, Lynn Pascoe met Fahad Faruqui (de Pakistaanse talkshow host gekleed in rode stropdas) en een zootje andere Aziaten, die na een belabberd praatje nog steeds naar meneer Pascoe opkijken en gelukkig ook wat aandacht aan de camera besteden.

dinsdag 3 februari 2009

Anarchisten


De 43e Superbowl was voor mij de eerste. Ace Ventura: Pet Detective was mijn kennismaking met de wandelende spierbundel sport. Maar nu heb ik dus in het echt, al was het via een televisiescherm, een hele wedstrijd gezien. Een Amerikaanse huisgenote overtuigde me dat ik voor de Arizona Cardinals moest zijn, want ze hadden zo'n aardige quarterback. Hoewel hij en meneer Fitzgerald aardig hun best deden, werd het uiteindelijk toch een teleurstellende avond.
Maar niet zo teleurstellend als mijn zoektocht naar Doutzen Kroes. Inmiddels ben ik al voor de derde week in New York en nog steeds ben ik haar niet tegengekomen. Heleen Mees en Boris Dittrich heb ik al de hand geschud, maar van de schone blonde heb ik zelfs nog geen glimp mogen opvangen. Misschien moet ik mijn detective werk voortzetten met behulp van de database van Ellis Island Museum, die ik ontdekte nadat ik met een zootje zjerman bankers afgelopen zaterdag een toeristisch tripje door de Hudson baai maakte. Ellis island is de plek waar bijna alle immigranten aankwamen. De grote oceaanstomers gingen voor anker in de baai en de passagiers werden met veerboten naar de aankomsthal op Ellis Island vervoerd. Per jaar verwerkte de administratieve afdeling honderdduizenden immigranten en tegenwoordig staan die gegevens allemaal in een prachtige online database. Is erg leuk om te kijken of er misschien familie bij zit en als je je dan ook nog op de site registreert, kun je zien of die familie misschien anarchistisch of polygamistisch was. Tegenwoordig klagen we over de vragenlijsten in het vliegtuig die informeren naar eventuele betrokkenheid bij terroristische activiteiten, maar in 1905 werd er zelfs gevraagd of men meerdere vrouwen zou willen trouwen. Gelukkig leef ik niet in het jaar dat Einstein zijn beroemde publicaties deed, want door mijn huidige Delftse onderkomen zou ik direct als anarchist herkend worden en de volgende boot terug moeten nemen.

dinsdag 27 januari 2009

Plateaus

Op de twaalfde verdieping van Pupin Hall (foto) werken twee zonen van geemigreerde Russische families, een Iraanse promovenda met een onuitspreekbare naam, een Chinese promovenda, een Braziliaanse bezoekster, een Indische postdoc die het maar koud vond in Holland en dan nog een Amerikaanse Italiaan. Met deze mensen deel ik een lab. Geen kantoor, want onze bureaus zijn in het lab geplaatst om de voeling met het experiment de vergroten. Voor 11 uur is er niemand aanwezig, daarna druppelt iedereen langzaam binnen. De laatste is steevast Andrea, de Amerikaanse Italiaan, want hij zegt ervan te houden om 's nachts door te werken. Dat geloof ik graag, maar hij is ook degene die net als ik (en de rest van de wereld overigens) quantumgeleiding in grafeen wil meten. De nacht op de dag dat Obama zijn rede uitsprak en ik erachter kwam dat de Columbia-mensen hetzelfde doel nastreven als ik, besloten mijn collega-concurrenten druk op de ketel te zetten. De Indische postdoc Vikram heeft tot 1 am doorgewerkt en de Italiaanse Andrea heeft de zon vanuit Pupin Hall op zien komen. De nachten erop trok de Indier het niet meer, maar de Italiaan hield zijn 15 uur arbeid per dag stevig vast. Terwijl ik relatief rustig in mijn bedje lag, verlamd door de afstand tot de Delftse mengkoelers.
Andrea kan niet stil zitten. Als hij niet aan het meten is, speelt hij wel met zijn mondharp achter de computer of loopt hij pizza's voor de lunch te regelen. De groep draait om hem. In een bespreking is het hoofdeinde van de tafel voor hem, ook al komt hij een kwartier te laat, en leidt hij de discussie. Ook krijgt hij het voor elkaar allerlei mensen voor hem klusjes te laten doen. Hij is net het mooiste meisje van de klas, maar meisjes heb je niet in de natuurkunde. Zijn laatste curiositeit is het flesje sterke drank op zijn bureau. Dat zal Andrea de afgelopen dagen wel nodig hebben gehad, want toen ik vrijdag aan mijn praatje over mijn werk begon, wist ik dat ik voorop lag. En dat ik de Kim-groep dus om de oren kon slaan met tekenen van de heilige graal: plateaus. Na afloop was professor Kim onder de indruk en stelde Andrea een samenwerking op het gebied van oxides voor ALD topgates voor. Victorie!

woensdag 21 januari 2009

Redman


Vanavond gaf Joshua Redman een concert in de Highline Ballroom ter ere van zijn nieuwe album Compass. 431 West 16th Street is een achteraf gelegen fabriekshal downtown New York. Achter de witte gevel gaat een jazzclub schuil waar Brian Blade, Larry Grenadier, Gregory Hutchinson, Ruben Rogers en Joshua Redman vanavond helemaal uit hun dak gingen. Yeah, man!
Alles wordt aan Obama opgedragen, zo ook dit optreden en de trip van Redman van afgelopen nacht. Bij het horen van het woord Obama worden de mensen helemaal uitzinnig. Net zoals gisteren bij de live uitzending van de inauguratie. Er stond een groot scherm op het binnenplein van Columbia dat toegejuigd werd door een menigte van 1000 mensen. Hoewel het flink vroor, waren de studenten toegestroomd om met een kop warme chocolademelk in hun hand de inauguratie met zijn allen bij te wonen. Elke opzwepende uitspraak werd met een luid applaus en gejuich beantwoord.
Ongelukkig genoeg hadden zich net voor het middaguur op die betreffende dinsdag donkere wolken boven mij samen getrokken. De grafeengoeroes aan Columbia University zijn namelijk precies hetzelfde aan het meten als wat ik wil gaan meten. Barack H Obama gaf me weer goede moed, want wanneer stormen woeden, zullen wij moeten vertrouwen op eerlijkheid, hard werk, moed, tolerantie, loyaliteit en patriottisme. Met onze ogen op de horizon gericht zullen we onze makkers eren die voor ons gestorven zijn in Gettysburg en Normandie. Als een echte Amerikaan trek ik dus weer vol goede moed ten strijde om de elektronen in mijn dunne koolstoflaagje te temmen.
Appelen is niet alleen een mogelijk meervoud van appel, maar ook een nieuw werkwoord waarvan ik de definitie de komende vier maanden probeer te ontdekken. Wie weet hoort daar wel een bezoekje aan Arnon Grunberg bij om zijn Apple iMac over te kopen. Ik denk dat ik voorlopig maar genoegen neem met mijn 21 januari 2009 NY Times als collector's item.