
Na alle ophef over Yolanthe en Jan Smit vind ik dat er ook wel eens op de haarlijn van onze Hollandse schone gewezen mag worden. Na deze attendering zal het deels gecamoufleerde voorhoofd van de ex-Volendamse je nooit meer ontgaan.





Het verlengde van 5th avenue langs de oostkant van Central Park heet de Museum Mile. De Museum Mile herbergt niet alleen de Frick collectie, maar ook het Louvre van New York, het Metropolitan Museum of Art. Toch zijn het niet alleen de oude meesters die de scepter zwaaien aan de kant van Central Park waar de zon op gaat. Een paar blokken naar het noorden ligt het befaamde Guggenheim: de witgekalkte, omgekeerde hoepelrok. Toen ik na mijn bezoek gister weer mijn kamer binnenstapte, kon ik de witte wanden veel meer waarderen dan voorheen.

De laatste tijd woon ik in idealistische woonomgevingen. In Delft leef ik tussen veganistische, feministische bioterroristen die de wereld op zijn kop zetten om een fietsenhok in de achtertuin en grapjes over datzelfde fietsenhok helemaal niet kunnen waarderen. In New York woon ik in een prachtig bakstenen flatgebouw dat International House heet. Er zijn geen vredestekens op de gevel geschilderd en er staan ook geen bakfietsen voor de deur. Wat I-house wel heeft is een missie, want wonen in I-house is meer is dan wonen alleen. In I-house ben je lid van een gemeenschap van 700 studenten, trainees en stagaires die zich allemaal toeleggen op het promoten van de communicatie tussen mensen van over de hele wereld en daarmee de culturele kruisbestuiving bevorderen. Sinds de oprichting 80 jaar geleden heeft de I-house ervaring de levens van meer dan 650000 mensen veranderd. Aldus het reclameboekje.
Op de twaalfde verdieping van Pupin Hall (foto) werken twee zonen van geemigreerde Russische families, een Iraanse promovenda met een onuitspreekbare naam, een Chinese promovenda, een Braziliaanse bezoekster, een Indische postdoc die het maar koud vond in Holland en dan nog een Amerikaanse Italiaan. Met deze mensen deel ik een lab. Geen kantoor, want onze bureaus zijn in het lab geplaatst om de voeling met het experiment de vergroten. Voor 11 uur is er niemand aanwezig, daarna druppelt iedereen langzaam binnen. De laatste is steevast Andrea, de Amerikaanse Italiaan, want hij zegt ervan te houden om 's nachts door te werken. Dat geloof ik graag, maar hij is ook degene die net als ik (en de rest van de wereld overigens) quantumgeleiding in grafeen wil meten. De nacht op de dag dat Obama zijn rede uitsprak en ik erachter kwam dat de Columbia-mensen hetzelfde doel nastreven als ik, besloten mijn collega-concurrenten druk op de ketel te zetten. De Indische postdoc Vikram heeft tot 1 am doorgewerkt en de Italiaanse Andrea heeft de zon vanuit Pupin Hall op zien komen. De nachten erop trok de Indier het niet meer, maar de Italiaan hield zijn 15 uur arbeid per dag stevig vast. Terwijl ik relatief rustig in mijn bedje lag, verlamd door de afstand tot de Delftse mengkoelers.